In Socrates op sneakers leert Elke Wiss de kunst van het vragen stellen aan de hand van Socrates en andere beroemde filosofen, zodat we gesprekken voeren die leiden tot verdieping en verbinding.

Praktische filosofie

Het boek begint met een voorbeeld uit een gespreksgroep waarin de auteur een vraag aan iemand uit de stelt die achteraf (te) gevoelig blijkt. Toch leert Socrates ons, zo vertelt Wiss, dat elke vraag die je stelt een vraag is naar een feit. Hoe kan die vraag dan fout zijn? De vraag in kwestie stelde zij aan iemand die geen kinderen had en of deze daar zelf voor gekozen had. Hoe moet je de vraag dan stellen? Beter is om net zoals Socrates zou doen toestemming te vragen. vind je het OK als ik er een vraag over stel?

Het is een boek over praktische filosofie. Dat wil niet zeggen dat er geen moeilijke begrippen in voor komen. Perspectivistische lenigheid als aanduiding voor het vermogen om buiten je eigen kader, opinies en opvattingen te denken. Het boek is “voor dappere mensen die de moed hebben om niet meteen te roepen, maar eerst te zwijgen. Om van daaruit een verdiepende, onderzoekende vraag te stellen.

Waarom goede vragen stellen tegenwoordig belangrijk is

Socrates stelde veel vragen om wijzer te worden maar ook om gesprekspartner te zijn van “drogredenen, denkfouten en voor-de-gek-houderij”. Het eerste klinkt logisch: Socrates was een wijs iemand. We willen graag wijzer worden en beter begrijpen hoe de wereld in elkaar zit. Het tweede argument gaat in deze tijd meer dan ooit op: de sociale media beheersen het leven van een individu en spinnen een web van gerichte informatie om het individu heen. Andere informatie wordt niet of slecht doorgelaten door de algoritmen van Google, Facebook, Instagram, enz. Juist daarom is het nodig om goede gesprekken te voeren over thema’s als racisme, discriminatie, #MeToo, vluchtelingenproblematiek en de klimaatcrisis. Het web kun je beter doorbreken door onderzoekende vragen te stellen dan door je eigen mening er tegenover te zetten. Met het op socratische wijze stellen van vragen kan ik een bijdrage leveren aan het depolariseren van opvattingen in deze maatschappij.

Daarnaast levert het stellen van vragen ook inzicht op in de belevingswereld van de ander. Het maakt je meer mens omdat je nieuwe dingen in elkaar ontdekt.

Ten derde voert Wiss aan dat ik mezelf beter leer kennen door dóór te vragen en gesprekken te voeren die gericht zijn op een gezamenlijke zoektocht naar wijsheid. Je blijven verwonderen over wat er gebeurt, leidt tot nieuwe kritische vragen en tot andere antwoorden. In de wekelijkse Keek-op-de-Week van mijn management team stellen we ons niet alleen de vraag wat we willen bereiken komende week maar ook waarover we ons hebben verwonderd. Dat kan iets van de organisatie zijn maar ook in je privé leven.

Wat is een goede vraag?

Wiss definieert een vraag als volgt:

  • Een vraag is een uitnodiging. Een uitnodiging tot nadenken, uitleggen, aanscherpen, verdiepen, informatie verschaffen, onderzoeken, verbinden.
  • Een goede vraag is helder geformuleerd en wordt geboren uit een open, nieuwsgierige houding.
  • Een goede vraag blijft bij (het verhaal van) de ander.
  • Een goede vraag zet het denken in beweging.
  • Een goede vraag leidt tot verheldering, nieuwe inzichten of een nieuw perspectief voor de beantwoorder van de vraag.

Een vraag is dus niet: advies geven, hypotheses checken, invullen, een mening delen, een suggestie doen of een manier om een ander klem te zetten. Een groot deel van de vragen die ik zelf stel, zitten in deze categorie. Slechts enkele vragen op een dag heb ik helder geformuleerd en leiden tot verheldering of nieuwe inzichten voor mezelf.

Wat is een socratische houding?

Kijk eens naar het TV programma ‘De achterkant van het gelijk‘. Hierin stelt discussieleider Alexander Pechtold zijn gasten op indringende wijze vragen over de grenzen van de ethiek binnen hun vakgebied of beroepsgroep. Door fictieve situaties voor te leggen worden zij gedwongen de grenzen van het toelaatbare aan te geven. Pechtold vraagt door omdat hij de onderliggende inzichten, argumenten of overwegingen wil horen.

Een vragende houding definieert Wiss als een recept dat bestaat uit nieuwsgierigheid als basis, onwetendheid, naïviteit, een snufje wens tot verdieping, geduld, zonder oordelen, tijd en ‘leegte in je hoofd en openheid in je ogen’. Dit vraagt om training en tijd. Het gaat erom dat ik me bewust ben van mijn eigen denken, van wát ik denk en hóé ik denk. Het WAT en HOE zijn echt twee verschillende dingen. Ik leer ontdekken wat ik denk: welke overtuigingen heb ik? en hoe ik denk? Doe ik dit snel of langzaam? Socrates zei al: ken jezelf. Dus laat ik beginnen met het observeren van mijn eigen gedachten. Dan wordt het ook makkelijker om bepaalde patronen te doorbreken. En laat ik me blijven verwonderen over wat ik hoor, zie en nog niet snap. Dan blijf ik nieuwsgierig.

Principes van een socratisch gesprek
  • Een socratisch gesprek vertrekt vanuit één filosofische vraag die wordt onderzocht. Het gaat om een vraag die relevant is voor de gehele groep.
  • Het gesprek wordt gevoerd aan de hand van één waargebeurde casus van een van de deelnemers.
  • Een socratisch gesprek vertrekt niet vanuit definities. Je ontdekt pas oordelen, normen of argumenten wanneer je definities loslaat en ‘achteruit gaat denken’ in het gesprek: iemand doet een bewering over de werkelijkheid. Door door te vragen en achter die bewering te kijken, kom je erachter welke argumenten je hebt voor of tegen een uitspraak.
  • In een socratisch gesprek streven de deelnemers naar consensus. Vaak zijn we in een discussie uit op het overtuigen van de ander omdat we niet streven naar consensus. Streven naar consensus betekent niet dat je concessies doet of de middenweg opzoekt. Het betekent dat je blijft zoeken naar nuance, naar de randen van begrippen en hun interpretatie.
Elenchus

In de dialogen komt een belangrijk onderdeel steeds terug: de weerlegging ofwel de elenchus. Het perplex staan tegenover iets wat je zelf altijd voor waar hebt aangenomen, maar blijkbaar toch weerlegd kan worden. Socrates was van mening dat voordat je iets kunt leren, je eerst moet afleren wat je denkt te weten, maar niet werkelijk weet. Via het niet-weten kun je tot ‘weten’ komen. Ik heb zelf vele oordelen, waarden, normen over kernovertuigingen over personen of hoe dingen nou eenmaal moeten lopen. Het is iets wat me behoorlijk in de weg kan zitten als ik in gesprek ben met collega’s. Ik mag dan wel de verantwoordelijkheid hebben om leiding te geven aan mensen, maar hoe doe ik nou goed wanneer mijn oordelen een zuiver beeld van de situatie in de weg kunnen zitten. In mijn blogserie over moedig leiderschap ben ik hierop dieper ingegaan. Daar heb ik geleerd dat mijn verdedigingsschilden mij ‘beschermen’ tegen andere zienswijzen. Wanneer ik bereid ben mezelf kwetsbaar op te stellen, leidt dat mogelijk tot schaamte over wat ik denk of voel. Het is niet makkelijk om deze innerlijke, persoonlijke beelden uit te dragen. Dat komt in een socratische dialoog voor. Sterker nog, de elenchus leidt tot een weerlegging van mijn (eerdere) kernovertuiging of oordeel. Het kan een beschamend gevoel teweegbrengen. Ik word me dus eigenlijk bewust van mijn eigen zo lang volgehouden onzin…

De elenchus is een moment in het gesprek waarop voelbaar wordt dat onze eerste vooronderstellingen drijfzand blijken te zijn. Nadat de bagger op tafel ligt, is er ruimte voor dingen die wél houtsnijden. Socrates zei: ‘Pas wanneer je weet dat je het niet weet, is er ruimte voor werkelijke kennis”. Dit impliceert dat socratische gesprekken niet zomaar iets is. De gesprekspartners zijn bereid om echt naar binnen te kijken en zich kwetsbaar op te stellen. Het is niet voor niets dat Socrates zijn gesprekspartners altijd om toestemming vroeg. Wanneer een elenchus plaatsvond, en zijn gesprekspartner boos werd, dan kon Socrates altijd terugkomen op hun afspraak.

Aporie

Socratische gesprekken eindigen dikwijls in aporie, een algeheel gevoel van ‘ik weet het niet’. In een socratisch onderzoek is het doel niet om antwoorden te vinden en te stoppen. Nee, het doel is om bij ieder antwoord dat je vindt, door te vragen. Alleen door doorvragen blijft het denken in beweging. Juist de zoektocht, de bewustwording van hoe weinig ik eigenlijk weet, levert me veel vrijheid op. Wanneer ik nieuwsgierig blijf, doordenk en bevraag, dan kom ik op een punt dat ik het echt niet weet. Een aporische situatie doet me denken aan een stevig gesprek, de rumble waarover Brene Brown spreekt. Het gesprek leidt vaak niet tot een uitkomst, maar wel tot een stevige kennismaking met elkaars standpunten en onderliggende waarden en emoties. Dat is vormt voor een vervolggesprek een stevige basis om in vertrouwen en nieuwsgierigheid naar elkaar routes te verkennen naar een oplossing.

Vraagvoorwaarden
  1. Alles begint met goed luisteren: vaak luister ik met een half oor en zit ik in mijn eigen gedachten of wat ik zelf wil zeggen als de ander is uitgepraat. Daaruit volgt vrijwel altijd een vraag die met mijzelf te maken heeft. In ieder geval niet een vraag die ingaat op wat de gesprekspartner net gezegd heeft. Goed, zuiver luisteren, luisteren zonder eigen invulling is niet makkelijk. Mij gebeurt het elke dag in besprekingen dat ik de woorden aan het ‘downloaden’ ben zonder echt proactief te luisteren en te reageren. De auteur onderscheidt drie luisterintenties:
    • De IK-intentie. Wiss noemt dit het wat-vind-ik-ervan-luisteren.
    • De JIJ-intentie. Het wat-bedoel-jij-precies-luisteren. Ik moet mezelf leren om deze intentie te gebruiken. Zonder een mening of oordeel te hebben. Zoals Wiss zegt: het wordt stiller in je hoofd.
    • De WIJ-intentie. Het hoe-zitten-wij-erbij-luisteren.
  2. Neem taal serieus, ook lichaamstaal: Het zijn de kleine woorden zoals ‘maar’, ‘dat’, ‘niet’ (en ga zo maar door) die veel zeggen over wat de spreker echt bedoelt. Wat iemand wel of niet zegt, welk woordje hij of zij ‘toevallig’ in die ene zin gebruikt. Het geeft een aanwijzing over de intentie van de ander.
  3. Vraag toestemming: zoals met het voorbeeld over de elenchus aangeduid, geeft het vragen om toestemming de ruimte om ‘ervoor te gaan zitten’. Een kwetsbare en open houding ontstaat niet zomaar. Dat vraagt om toestemming om verder te mogen (door)vragen.
  4. Vertraag: een socratische dialoog vraagt tijd. Ik moet vertragen om vragen te doen rijpen en antwoorden te laten sudderen tot inzichten ontstaan.
  5. Verdraag frustratie: een gesprek voeren dat langzaam gaat, waarvoor je gesprekspartner toestemming vraagt, wat lang kan duren, waarbij doorgevraagd wordt… Het kan frustrerend zijn. Ik voel me wellicht aangevallen tijdens een socratisch gesprek. Ik wil sneller en vooruit maar het gesprek(sproces) werpt me terug. Dat kan emoties oproepen van boosheid, irritatie of onvriendelijkheid. Tegelijkertijd zegt frustratie ook iets over het denkpatroon van mezelf (of die ander). “Wat maakt je nu gefrustreerd?” zal tot nieuwe inzichten leiden.
Vragen stellen naar boven en naar beneden

Naar beneden vragen stellen is het registreren van de feiten, de gebeurtenissen, de werkelijkheid van alledag. Naar boven vragen gaat over de argumenten en verborgen vooronderstellingen achter de uitspraken. Het is van belang dat beide vraagtypen in een socratisch gesprek gebruikt worden. Als ik nog ongewis ben over welke vragen ik moet stellen, kan ik beter beginnen met vragen naar beneden. Eerst de feiten in kaart brengen (het filmpje maken, zoals Wiss dit noemt). Als de situatie duidelijker wordt, kan ik beginnen met vragen naar boven te stellen. Vragen naar beneden gaan over het ZIJN. Vragen naar boven gaan over het DENKEN.

Stel waarom-vragen maar wees voorzichtig hiermee. Een waarom-vraag kan al snel aanvallend overkomen (“Waarom zeg je dat?”). Beter is om te vragen: Wat maakt dat je dat zegt? Bij niet zo’n praatgrage types – ik reken mezelf er ook toe – kan een vraag al snel irritatie opwekken. Wiss adviseert in plaats van een vraag dit te zeggen: “Vertel eens…”

Vraagvalkuilen

Zoals gezegd is een goede vraag stellen, een kunst. Ik ben toezichthouder bij enkele zorginstellingen. Het is een uitdaging om een heldere vraag te stellen zonder lange inleiding en zonder verfijningen op de vraag. Ik merk bij mezelf een voortdurende behoefte om de vraag die ik gesteld nog nader toe te lichten. Daar wordt de vraag niet helderder van maar het maakt mijn behoefte aan informatie bij de gesprekspartner juist onduidelijker. Ik let op wat ik kan leren van goede vragen stellen bij mijn collega toezichthouders. Dat helpt. Daarnaast wijst Wiss in haar boek op veel voorkomende vraagvalkuilen. Ik noem deze hieronder, voor verdere toelichting verwijs ik naar het boek:

  • Ken het doel van je vraag
  • De maar-vraag waarbij het woordje ‘maar’ de intentie van de spreker verraadt
  • De vage vraag
  • De onterechte of-vraag
  • De vraag die niet op zichzelf staat (half af)
Hoe wel een goed gesprek te voeren
  • Laat een dialoog niet ontaarden in lange monologen achter elkaar. Een van de regels die Socrates aan zijn gesprekspartner stelde, was om het kort en bondig te houden. Als de gesprekspartner dat niet kon of wilde, stopte Socrates het gesprek. Een kwestie van duidelijk zijn.
  • Met doorvragen bereik je een verdieping van een uitspraak of standpunt. Je duikt dieper in de materie die op tafel ligt. Je vraagt door naar achterliggende argumenten. Dus een uitspraak dat uitkeringstrekkers lui zijn, vraagt om bewijs. Klopt het met wat de persoon eerder gezegd heeft? Wat bedoel je met lui? Is het slecht om lui te zijn? Hoe weet je dat zeker? Waar baseer je dat op? Of denkt iedereen er zo over? Kan het ook anders zijn? Het is handig om eerst het standpunt van de gesprekspartner duidelijk te hebben voordat je hem uitnodigt tot het onderzoeken van andere opties.
  • De zogenaamde echovragen zijn een vorm van doorvragen. Het is, zo zegt Wiss, de manier om bij het verhaal van de ander te blijven en tegelijkertijd te verdiepen en onderzoeken wat diegene zegt. Op een uitspraak ‘Henk zijn moeder was weer lekker bezig’ is de echo-vraag: Hoe was zij weer lekker bezig? Wat bedoel je met [“de vraag”]?
  • Doorvragen op concepten. Een concept is een thema, een idee, datgene waar het echt om gaat. Concepten leren herkennen helpt om beter door te vragen en het onderscheid tussen hoofd- en bijzaken te maken. In de maatschappelijke discussie rondom wel of niet vaccineren, is het centrale concept ‘autonomie’. Relevante vragen rondom het concept zouden kunnen zijn: Gaat autonomie van het individu boven alles? Is het erg om een stuk autonomie af te geven? Wat zijn de consequenties als we ouders hierin volledige autonomie geven? Waar houdt controle op en begint autonomie?
  • Confronteren: Tegenover elkaar stellen. Je geeft terug wat je krijgt. Je spiegelt wat je hoort. Het komt van pas in situaties dat de gesprekspartner onduidelijk is, breedsprakig is, zichzelf tegenspreekt of denkfouten maakt. Confronteren is eigenlijk, zo stelt Wiss, het markeren van grenzen aan de uitspraken die de gesprekspartner doet.
  • Een stel-dat vraag stellen om het denken een zwieper te geven. Door je scherp te laten bevragen met een stel-dat vraag kom je je eigen onbewuste waarden op het spoor die je oordelen construeren. Dit proces noemt Socrates de vrouwvrouwentechniek: het proces van gedachten naar buiten trekken wordt vergeleken met de geboorte.
  • Laat je bevragen. Dit is de belangrijkste voorwaarde om de kunst van het vragen stellen te ontwikkelen. Hoe kun je anderen bevragen wanneer je zelf niet een open, nieuwsgierige denker bent?

Stephen Covey heeft het in zijn boek ‘The 7 Habits of Highly Effective People‘ over de zeven eigenschappen van effectieve mensen. De vijfde eigenschap haalt Wiss aan: Eerst begrijpen, dan begrepen worden. Tot nu toe lijkt het stellen van vragen vooral gericht op het begrijpen van de ander. Maar ook ik wil begrepen worden. De volgorde is goed: eerst moet ik mijn aandacht op de ander richten voordat ik me zelf duidelijk kan maken in wat mijn mening of standpunt is. Wiss geeft aan dat je een brug pas kunt bouwen wanneer je ‘in de mening van de ander bent gekropen’.

De brug zal op een gegeven moment gemaakt worden door de gesprekspartner die vraagt hoe ik erover denk. Mocht dat niet zo zijn, dan creëer ik mijn eigen ruimte door zelf aan te geven dat ik er ideeën over heb, of dat ik het niet met alle standpunten eens ben en graag mijn mening hierover geef.

Socrates op sneakers: verbinding en verdieping

In Socrates op sneakers leert Elke Wiss je hoe je dat doet. Met Socrates en andere filosofen als inspiratiebron laat zij zien waarom we zo slecht zijn in het stellen van goede vragen, én hoe we er beter in worden. Socrates op sneakers leert je de vaardigheden die nodig zijn om die vragen te stellen die verrassen en aan het denken zetten. Zodat we gesprekken voeren die leiden tot verdieping en verbinding. Met een ander, én met jezelf. Een verrassend boek dat je prikkelt tot een ander denken over jezelf en de ander.

Op de site socratesopsneakers.nl vind je voorbeelden voor gespreksstarters, een checklist van niet- en wel-vragen en een happertje met vragen over liegen of de waarheid. Heel leuk om te gebruiken in het gezin, op het werk of andere situaties waarin je samenwerkt met anderen.


0 reacties

Geef een reactie

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *