Kwetsbaarheid en leiderschap. Gaat dit wel samen? Wat heb je nu aan kwetsbaarheid op het werk? Waar is het goed voor? Dat is toch iets voor thuis? Dat bespreek je met je vrienden of met je echtgenoot maar toch niet op het werk? Of is kwetsbaarheid misschien iets waarvoor ik liever wegloop maar ik eigenlijk diep in mijn hart weet dat een open en kwetsbare (harts)gesteldheid tot echte verbinding leidt? En tot super-effectieve teams?

Na lezing van het e-boek Dare to Lead van Brene Brown besloot ik tot het schrijven van een uittreksel zodat ik het kan nalezen wanneer het mij van pas komt. En tegelijkertijd kom ik tot inzichten bij mezelf die ik beschrijf in deze en volgende blogs. Management theorieën over verandering staan weliswaar uitgebreid stil bij de missie, de visie, de strategie en de bijpassende organisatiestructuur, maar de echte verandering kan alleen effectief zijn wanneer het individu in de organisatie bereid is tot verandering in zichzelf. En dat vereist een open houding naar de eigen geestesgesteldheid; hoe sta ik erin? Wat zijn mijn goede en minder goede punten? Op welke punten ben ik kwetsbaar en probeer ik deze punten af te schermen met schilden?

Als ik het over kwetsbaarheid heb met anderen, dan vind ik het al best lastig om uit te leggen wat ik hiermee bedoel. Brown heeft het over drie zienswijzen waarop je kunt aankijken tegen kwetsbaarheid:

  1. Kwetsbaarheid is als ik tegen mezelf zegt: ik ga het mogelijk niet halen, maar ik doe mee en ik ga ervoor – mogelijk ga ik fouten maken en ‘zien ze’ wat ik niet goed doe, maar ik doe mee en ik ga ervan leren.
  2. Kwetsbaarheid is de emotie die ik ervaar wanneer ik onzeker ben of risico aanga – ook in mijn onzekerheden laat ik
  3. Als ik alleen kritiek geef vanaf de zijlijn zonder zelf de wedstrijd te spelen (dus niet kwetsbaar ben), dan ben ik ook niet interessant om naar te luisteren – ik sta open voor feedback, en ben bereid om mijn eigen aandeel te zien in wat ik fout doe.

En van welke mensen neem ik de feedback, ongezouten, het meest ter harte? Dit zijn de mensen die van mij houden; niet ondanks mijn kwetsbaarheid of imperfecties, maar juist hierom. Kwetsbaarheid vormt de hoeksteen voor het ontwikkelen van lef, karakter en moed.

Welke mythes leven er rondom kwetsbaarheid?

  1. Ik toon me niet kwetsbaar want dit zien ze als een zwakte. Hoe zit het dan met militairen die in de vuurlinie strijden? Zij voelen zich enorm kwetsbaar en kunnen alleen maar moed tonen door zich te bewust te zijn van hun kwetsbaarheid.
  2. Ik doe niet aan kwetsbaarheid. In mijn dagelijkse leven heb ik te maken met onzekerheid en emotionele blootstelling. Ik kan me er niet aan onttrekken. Hoeveel ervaring en wijsheid ik ook mag hebben opgedaan, het zijn geen vervangers van kwetsbaarheid. Integendeel, wijsheid, ervaring en kwetsbaarheid komen samen in moedige leiders.
  3. Ik kan het zelf wel. Ik ben niet groot geworden in deze wereld door autonoom en solitair te leven doch door een persoon te worden en te beseffen dat ik afhankelijk ben van anderen en anderen (bijvoorbeeld mijn kinderen) afhankelijk zijn van mij.
  4. Ik kan met tools en methoden mijn kwetsbaarheid onder de knie krijgen.
  5. Vertrouwen gaat voor kwetsbaarheid. We moeten vertrouwen hebben om kwetsbaar te kunnen zijn; en we moeten kwetsbaar zijn om vertrouwen op te bouwen. Vertrouwen is het langdurig op elkaar stapelen van kleine momenten van wederkerige kwetsbaarheid.
  6. De idee dat kwetsbaarheid gelijk is aan openheid. Ik hoef als leider niet voortdurend open te zijn of voorbeelden uit mijn persoonlijke sfeer te noemen om kwetsbaar te zijn. Ik kan ook kwetsbaar zijn door het moeilijke gesprek aan te gaan; een moeilijk gesprek over zaken die ik eigenlijk liever uit de weg zou willen gaan omdat ik a) van mezelf weet dat het me tijd kost (geen zin in) of omdat ik b) inzichten ga opdoen die mogelijk confronterend voor mezelf kunnen zijn. Brown duidt deze gesprekken aan als een ‘rumble‘ (letterlijk een rommelend gesprek waarin diverse kanten van de zaak aan bod komen). In haar boek geeft zij een voorbeeld hoe een leider zijn team toespreekt in tijd van een op handen zijnde reorganisatie:
  • These changes are coming in hard and fast, and I know there’s a lot of anxiety-I’m feeling it too, and it’s hard to work through. It’s hard not to take it home, it’s hard not to worry, and it’s easy to want to look for someone to blame. I will share everything I can about the changes with you, as soon as I can. I want to spend the next forty-five minutes rumbling on how we’re all managing the changes. Specifically, what does support from me look like? What questions can I try to answer? Are there any stories you want to check out with me? And any other questions you have? I’m asking everyone to stay connected and lean into each other during this churn so we can really rumble with what’s going on. In the midst of all of this we still need to produce work that makes us proud. Let’s each write down one thing we need from this group in order to feel okay sharing and asking questions, and one thing that will get in the way.
  • Als er psychologische vrijheid is voor teamleden om risico te nemen – zich uit te spreken – dan geeft dit de (team)leider ook de mogelijkheden om te snappen wat er aan de hand is en om de teamleden ruimte of verantwoordelijkheid te geven (te maken) om de knelpunten, voorzover in hun macht, helder te krijgen en zo mogelijk op te lossen. Er is ruimte om kwetsbaar te kunnen zijn, om emoties of gevoelens te uiten. Succesvolle teams zijn krachtig omdat de teamleden van elkaar weten waar de grenzen van eenieder liggen. En dit ontdek je pas wanneer er een veilige omgeving is in het team om kwetsbaar te kunnen zijn. Een veilige omgeving geeft ruimte om kwetsbaar te zijn zonder angst of schaamte voor eigen (gepercipieerde) zwakheden. En weet je elkaars sterkten en zwakten, dan kun je sneller nieuwe ideeën op tafel leggen. Kwetsbaarheid is het fundament voor creativiteit en uiteindelijk innovatie.

Maar hoe creëer ik een ‘goede rumble’? Uit het boek van Stephen Covey “de 7 principes van effectief leiderschap” – kan ik putten om de rumble te kunnen voeren, namelijk: eerst begrijpen en dan begrepen worden. Ik zeg dit principe vaak in gedachten tegen mezelf wanneer ik in gesprek ben omdat ik van mezelf weet dat het me vaker niet dan wel lukt om mijn eigen denkmachine uit te zetten en echt openhartig naar de ander te luisteren.

Als ik nu (nog) zou denken dat kwetsbaarheid een zwakte is, dan zou ik mijn gevoelens dus ook als een teken van zwakte moeten beschouwen. In deze redenering zou ik mezelf toch verloochenen? Kwetsbaarheid in een huwelijk is noodzakelijk om lief te kunnen hebben en liefde te kunnen ontvangen. Kwetsbaarheid is de geboorteplaats van liefde en vreugde in het leven. En bovendien geeft het me de mogelijkheid om me aan te passen, om lastige gesprekken te voeren, feedback te ontvangen en te geven, om problemen op te lossen, om ethisch lastige besluiten te nemen, me weerbaar te voelen en leiderschap te laten zien. Als ik dus een lastig gesprek heb of negatieve feedback krijg, laat ik dan nu voor eens en altijd afspreken dat ik de tijd hiervoor neem. Ik druk het besluit, voorstel of idee er niet doorheen maar geef het goede gesprek – de ‘rumble’ – de tijd.

Brown zegt hierover: All of these situations lead to the biggest threat to our ego and our sense of self-worth: shame. Shame is the feeling that washes over us and makes us feel so flawed that we question whether we’re worthy of love, belonging, and connection. Met andere woorden, schaamte staat in de weg om kwetsbaar te durven zijn.

Mijn volgende blog gaat over de verdedigingsschilden die ons ego opvoert om de schaamte weg te drukken. Wil je meer weten? Kijk dan op YouTube waarin Brene Brown meer vertelt over de kracht van kwetsbaarheid.


0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.