De lange twintigste eeuw beschrijft de geschiedenis van de twintigste eeuw vanuit de grote veranderingen die zichtbaar werden na 1870: de tweede industriële revolutie, het moderne imperialisme, de opkomst van de massademocratie, de neergang van het klassieke liberalisme, de botsing van nieuwe, radicale ideologieën, de groei van de interventiestaat en het culturele modernisme.

Veranderende positie van Europa

Het onderliggende thema is de veranderende positie van Europa in de wereld. Tot de twintigste eeuw had de moderne geschiedenis steeds in het teken gestaan van de ontwikkelingen in Europa, maar dat veranderde toen de positie van Europa verzwakte en andere werelddelen zoals Amerika en Azië een grotere rol gingen spelen. Sinds de Tweede Wereldoorlog hebben we echt te maken met mondiale geschiedenis.

De auteurs schenken de nodige aandacht aan de crises die plaatsvonden in de periode 1914-1989, de zogenaamde korte twintigste eeuw. In tegenstelling tot veel andere auteurs zien zij het einde van de Koude Oorlog echter niet als een fundamenteel omslagpunt. Zo kan de val van het communisme volgens hen niet gelijkgesteld worden aan het einde van de ideologie, omdat het neoliberalisme de traditie van het ideologische utopisme daarna in feite voortzette.

Misschien is de recente, opzienbarende ontwikkeling van landen in Azië en Afrika een teken dat de overgangsfase van de twintigste eeuw voorbij is en een nieuw tijdperk in de wereldgeschiedenis is aangebroken.

Geschiedenis van de twintigste eeuw in de context van de negentiende eeuw

Zoals het boek De eeuw van de macht – Europa 1815-1914 uitvoerig ingaat op hoe de  negentiende eeuw beïnvloed is door de ontwikkelingen uit de achttiende eeuw, zo beschrijft het boek van Caljé en Den Hollander hoe de twintigste eeuw voortkomt uit de ontwikkelingen in de negentiende eeuw. In het bijzonder de Frans-Duitse oorlog van 1870 als beginpunt van de machtspolitiek van het toen verenigde Duitsland. De auteurs verwijzen daarnaast naar de dual revolution als gelijktijdige drijfveer van de ontwikkeling als gevolg van de Industriële Revolutie en de Franse Revolutie aan het einde van de achttiende eeuw. De politieke erfenis van de dual revolution was gelegen in de politieke krachten van het liberalisme en het nationalisme. Het liberalisme stond voor beperking van de absolute macht van de vorst op basis van de grondwet, volkssoevereiniteit en liberale economische principes. Het liberalisme verbond zich met het nationalisme dat voor soeverein geacht volk zijn eigen nationale staat opeiste. Er was geen plaats meer voor particularistische grillen. Liberalisme en nationalisme zijn verwante ideologieën die absolutisme, particularisme en de adel afzwoeren. In de negentiende eeuw zou het nationalisme echter ook de kiem leggen voor de oorlogen in de twintigste eeuw.

Geschiedenis en naslagwerk

Ik geef bovenstaande (weliswaar veel te) beknopte beschrijving van de dual revolution weer als illustratie hoe de schrijvers hun best doen om de ontwikkelingen in de twintigste eeuw in het perspectief te zetten van de aanleidingen uit de negentiende eeuw. Dat maakt dat je als lezer niet voortdurend wikipedia erbij hoeft te houden om diverse begrippen op te zoeken. Dat doen de schrijvers in dit boek voor je. Het is een boek dat uitnodigt om verder te lezen en waar nodig verdieping geeft als naslagwerk.

Het gaat te ver om een samenvatting te geven van een boek van 685 bladzijden dat weer uit samenvattingen bestaat van oorzaken en gevolgen van vele geschiedkundige ontwikkelingen in de twintigste eeuw. Het boek is een aanrader voor op vakantie wanneer je meer tijd hebt. Je hoeft niet alles te lezen. Je kunt er ook voor kiezen om bepaalde hoofdstukken te lezen. Te koop bij onder andere bol.com of te leen bij de online bibliotheek.


0 reacties

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.