Rivier met een vies verleden

De Geleenbeek is een zijrivier van de Maas, die ontstaat vlakbij Heerlen. Het is een beek met een niet zo goede naam. Onder invloed van de industralisering in de mijnstreek in Zuid-Limburg en sterk toenemende bevolking is de beek ernstig vervuild geraakt in de twintigste eeuw. Ongezuiverd stedelijk afvalwater werd in grote hoeveelheden in de beek geloosd. De mijndustrie gebruikte de beek als een lozingskanaal voor het afvalwater van de kolenwasserijen. De beek stonk niet alleen naar uitwerpselen maar was ook een beek die door het slib van de mijnen dichtgeslibd was. De waterkwaliteit was zeer slecht. Leven in de beek was niet mogelijk. Tot in de jaren tachtig had de beek een penetrante en vieze geur. Als er veel regen viel, overstroomde beek snel en stond de weg over de beek bij de Biezenhof tussen Geleen en Sweikhuizen onder water. Door de vele overkluizingen, de kanaliseringen, de betegeling van de oevers en de grote hoeveelheden verharding in de oostelijke mijnstreek was er maar één weg voor het water: via de Geleenbeek zo snel mogelijk naar de Maas. In de jaren negentig is een prachtig herstelplan opgesteld waardoor in de jaren 0 en 10 van de 21e eeuw de beek weer een natuurlijk aanzien gekregen heeft. De beek meandert, er groeien planten in de beek, er zwemmen vissen, prachtige bloemen en beekplanten. Het is verbazingwekkend hoe snel de natuur is teruggekeerd. Er is dan nog wel teveel water in de beek door het vele afvalwater uit de rioolzuiveringsinstallaties maar dit water is van veel betere kwaliteit dan voorheen.

De auteurs Pierre Grooten, Reinier Akkermans, Stef Keulen en Olaf op den Kamp hebben een prachtig boek over de beek geschreven. Het boek is uitgegeven door de Stichting Natuurpublicaties Limburg. De ondertitel ‘Beleef de natuur in verandering’ geeft uitstekend de inhoud van het boek weerVan een rechtgetrokken zwarte mijnwaterbeek is de Geleenbeek weer een slingerende blauwe ketting langs groene natuurparels geworden. In dit 360 pagina’s dikke boek worden natuur en landschap van de Geleenbeek uitgebreid beschreven. Te koop bij wandelsportzaak Ton Notermans.

Stroomgebied van de Geleenbeek

Ligging op een breukzone

Uniek voor het stroomgebied van de Geleenbeek is de aanwezigheid van een complex stelsel van breukzones in de aardkorst. Nergens in Nederland en de wijde omgeving zijn zoveel grote en kleine breukzones zo dicht naast elkaar te vinden. Het Geleenbeekdal ligt daarmee eigenlijk in een geologische kantelzone tussen de periodiek oprijzende Ardennen, Eifel en, op grotere afstand, de Alpen en het noordelijker gelegen dalingsgebied van het Noordzeebekken. Juist die ligging maakt dat de geologische krachten (tektoniek) de aardkorst hier niet onberoerd hebben gelaten, met als resultaat meerdere parallel aan elkaar lopende breuken met een zuidoost-noordwest oriëntatie. Ze maken deel uit van het veel grotere stelsel van breuken van de Nederrijnse bocht. Langs die breuken bewegen segmenten van de aardkorst zich in meerdere of mindere mate ten opzichte van elkaar en dat gaat soms gepaard met aardbevingen. In de diepere ondergrond kunnen de verschillende afzettin- gen aan weerszijden van de breuk tientallen meters ten opzichte van elkaar verschoven zijn. Bij de Geleenbeek en Caumerbeek, heeft vooral de Kunradebreuk, die de noordrand van het Plateau van Ubachsberg bepaalt, ervoor gezorgd dat het gebied noordelijk daarvan tientallen meters is weggezakt. Dit bepaalt dan ook de route die de Geleenbeek volgt. De belangrijkste breuk heet de Feldbiss breuk, gelegen op de lijn Nieuwenhagen-Sittard-Born. Ten noorden van deze breukzone liggen dezelfde afzettingen maar liefst 300-400m lager dan aan de zuidzijde. Je ziet deze sprong in hoogte goed terug in het gebied van Guttecoven-Limbricht-Sittard; ook langs de lijn Kollenberg bij Sittard, Hillensberg en Bingelrade.

Het Stammenderbos en Danikerbos

Het dal van de Geleenbeek tussen Terborgh en Daniken wordr gedomineerd door twee bosgebieden, het Stammenderbos ten zuiden van Sweikhuizen en het Danikerbos ten noorden ervan. Opvallend is de asymmetrische vorm van het dal, waarbij het plateau aan de noordzijde dicht tegen de beek aan ligt. Op de steile noordoosthelling zijn bossen overgebleven, terwijl de flauwe zuidwesthelling intensief gebruikt wordt voor landbouw en de stedelijke bebouwing van Geleen en Spaubeek. Het hoogte- verschil tussen de beek op 55 m en het plateau op 110 m is aanzienlijk. Rondom Sweikhuizen liggen hoogstamboomgaarden met het lokale pruimenras Sjweikeser Rèngelaot.

Het Stammenderbos is een hellingbos met veel Beuken. De oude, dikke exemplaren bereiken een hoogte tot 30 m zodat een mens zich in zo’n bos nietig voelt. Delen van het bos bestaan uit beuken-eikenbossen met Hulst in de onder- groei. Door de leemhoudende bodem is de Beuk concurrentiekrachtig en zal deze in de loop van de successie de Zomereik nog meer gaan overheersen. Het Stammenderbos staat al aangegeven op kaarten uit de eerste helft van de 19 eeuw. Het is een oude boslocatie waar al meer dan 150 jaar bos groeit. Dit is ook af te lezen aan het voorkomen van ‘oud bos’ soor- ten als Lelietje-van-dalen, Dalkruid en Gewone salomonszegel. Opvallend is dat de bosbodem onder de Beuken vaak vrijwel kaal is; alleen aan de voet van de boomstammen groeien nog enkele grasachtigen zoals Ruwe smele, Veelbloemige veldbies en Pilzegge.

De kale bodem hangt samen met het dikke, slecht verterende en zure strooiselpakket in een beukenbos dat de ondergroei belemmert. Hoe armer en zuurder de bodem is, des te trager verloopt de afbraak van bladeren en takken, waardoor er steeds meer strooisel wordt geaccumuleerd. Een tweede reden is de dicht bebladerde boomkroon van de Beuk die ongeveer 80% van het daglicht tegen- houdt. De Beuk wordt daarom gezien als een schaduwboom. Hierdoor is het voor slechts weinig andere soorten mogelijk onder de Beuk te kiemen of te groeien. Dat lukt wel de zaailingen van de Beuk zelf. Zoals in het boek The hidden life of trees van Peter Wohlleben beschreven, zorgt de moederbeuk goed voor zijn kinderen. De jonge beukjes worden tegen het zonlicht beschermd door de canapé van de grote beuken. Via het ondergrondse wortel- en schimmelstelsel krijgen de jonge bomen de nodige voedingsstoffen. Ze groeien langzaam maar zijn sterk en gezond.

Door natuurherstel en krachtig ingrijpen van het waterschap is de natuur weer teruggekeerd in het Geleenbeek dal. De gebetonneerde oevers zijn verdwenen en de beek heeft weer vrij spel.

Galerij

Enkele afbeeldingen uit het boek De Geleenbeek, Beleef de natuur in verandering .

 


0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.