Emeritus hoogleraar Norman Stone heeft een boek geschreven over de eerste wereldoorlog. Hij geeft aan hoe de oorlog uitgebroken is en wat er per jaar gebeurde. Het is vooral een verslag van de veldslagen tussen de centrale mogendheden en de geallieerden. Het boek biedt echter minder inzicht in de achterliggende motieven van de deelnemers aan de oorlog; ook geeft het boek weinig inzicht in de politieke ontwikkelingen zoals de opkomst van het communisme in Duitsland en de invloed ervan op het verloop van de oorlog in 1918. Ik had gehoopt meer te begrijpen over de oorlog, maar het boek gaat vooral in op de veldslagen, de behaalde successen en miskleunen zowel aan de zijde van de centrale mogendheden als de geallieerden. In deze boekbespreking ligt de focus op het eerste hoofdstuk van het boek, ‘de oorlog breekt uit’, waarin de aanleiding van de eerste wereldoorlog besproken wordt. Dat vind ik het meest interessant.

Duitsland streeft naar wereldmacht

Begin twintigste eeuw was Duits de meest gesproken taal. In 1914 was Berlijn het Athene van de wereld, een plek waar je naartoe ging om te studeren, van natuurkunde en filosofie tot kunst en muziek. Diverse Britse kabinetsleden hadden aan Duitse universiteiten gestudeerd. De Duitse scheikundigen en ingenieurs liepen voorop in Europa. De grote Duitse bedrijven presenteerden de ene na de andere uitvinding, zoals de vierwielaandrijving van Porsche die in de oorlog zo goed van pas kwam. Een Duits Europa leek ook zinvol omdat het een beschermingsparaplu zou bieden tegen Amerikaanse of Britse concurrentie. Een Duits rijk dat een soort van Germaans gemenebest zou vormen voor de volkeren ten zuiden en ten oosten van Duitsland. Volgens Berlijn kregen de niet-Duitse volkeren in Oostenrijk-Hongarije teveel hun zin van de Oostenrijkers. Het nationalisme werd met veel geld afgekocht of met teveel autonomie gecompenseerd.

Een groot Duits rijk had als risico dat het de buren zou kunnen verenigen. Echter de focus van Groot-Brittannië lag op de zee en niet op Europa. De rivaliteit met Frankrijk ging terug tot de zeventiende eeuw en bestond dus al langer. De oorlog van 1870-1871 had de rivaliteit alleen maar versterkt met de annexatie van de provincies Elzas en Lotharingen. Bismarck, rijkskanselier van Duitsland, hechtte aan een goede verstandhouding met Rusland, deels vanuit de solidariteit tussen de monarchen en deels omdat beide landen delen van Polen hadden opgeslokt. Een nieuwe machtsfactor was het Turkse Rijk dat in Europa zwakker werd.

De balans tussen de grootmachten verschuift

Het boek Eeuw van de Macht beschrijft de strijd om de macht in het zwarte zeegebied tussen Rusland, Europa en het Ottomaanse rijk meer in detail. Hoe dan ook kwamen er eind negentiende eeuw Oostenrijks-Russische botsingen die de evenwichtsoefening van Bismarck in gevaar brachten. Bij het uitblijven van Duitse steun richtten de Russen zich op Frankrijk dat nog geld overhad voor buitenlandse investeringen terwijl het Duitse geld vooral in de eigen economie bleef. In 1894 waren Rusland en Frankrijk tot een formele alliantie gekomen. Toen Duitsland aanspraken begon te maken op de wereldmacht en een grote vloot begon op te bouwen die gericht was tegen Engeland, werd de zaak spannend. Het werd gezien als opzichtige chantage door Duitsland. De Britten reageerden met een bijna dubbel aantal gebouwde schepen en maakten defensieve afspraken met Frankrijk en Rusland.

Onrust op de Balkan

De Turken waren begin twintigste eeuw ernstig verzwakt en konden zichzelf te water niet verdedigen. De Italianen namen de Anatolische eilanden in wat verschillende Balkanstaten versterkte in hun wens tot onafhankelijkheid. Ze sloten een alliantie en vielen in 1912 aan. In een paar weken tijd verjoegen zij het Ottomaanse leger van de Balkan. Vervolgens raakten de Balkanstaten onderling verdeeld en verzeilden zij in een tweede Balkanoorlog (1913). De overwinnaars waren uiteindelijk Servië en Griekenland ten koste van Bulgarije. Onrust op de Balkan betekende ook onveiligheid voor de Russen bij de aanvoer van voedsel via de Dardanellen en de Bosporus. Vroeg in 1914 dwongen de Entente-machten (het verdrag tussen het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk en later ook Rusland) de Turken om aan de deels Armeense provincies van Oost-Anatolië een autonome status te verlenen. Voordat het verdrag geratificeerd kon worden, openden de Turken een lijntje naar Berlijn. Van de grote landen bedreigde Duitsland de Turken het minst. Voor de Russen zou het een nachtmerrie zijn wanneer de Duitsers de straten van de Dardanellen en de Bosporus in handen zouden krijgen. De Duitsers begonnen de Turken echter te ondersteunen met militaire kennis en technologie. Hiermee konden de Duitsers hun Midden-Europese droom beter nastreven.

Wapenwedloop leidt tot haast om de oorlog te beginnen

De wapenwedloop was sinds 1914 versneld: het luchtruim was een nieuwe dimensie in de oorlogsvoering, het superslagschip kwam eraan, veel meer soldaten werden gemobiliseerd dan ooit tevoren en er werden nieuwe strategische spoorwegen gebouwd. Een bescheiden verhoging van de Duitse legeruitgaven in 1911 lokte een Frans antwoord uit in 1912 dat weer tot nieuwe Duitse en Oostenrijkse verhoging leidde. Door geldtekort was het Russische leger niet groter dan het Duitse, ook al was de bevolking drie keer zo groot, had het aanzienlijk minder kanonnen en aanzienlijk minder strategische spoorwegen. In Berlijn ontstond paniek omdat de groeiende kracht van Rusland gevoeld werd nu de munt door de goudstandaard werd ondersteund en nu de spoorwegen op alle niveaus vraag en aanbod bij elkaar brachten. Technische bladen toonden de vooruitgang in Rusland. De Duitse generaals lieten weten dat Duitsland nu de oorlog zou kunnen winnen, maar als het nog twee of drie jaar zou wachten, dan zou Rusland te sterk zijn. De generaals hadden een politiek overwicht. Volgens hun overtuiging zou een Franse overwinning tijdig behaald kunnen worden zodat de troepen aan het oostfront tegen Rusland konden worden ingezet. Er was nog een factor van onzekerheid: Oostenrijk-Hongarije zou snel uiteen kunnen vallen.

De lont in het kruitvat

Toen Servië zulke overwinningen begon te behalen in de Balkanoorlogen, inspireerde zijn voorbeeld veel anti-Oostenrijkse politieke activiteit in de Zuid Slavische landen die Oostenrijk-Hongarije bestuurder. De verstandigste reactie van Oostenrijk zou zijn geweest om de Serviërs aan het hoofd te stellen van een verenigd Joegoslavië. Dat gebeurde echter niet.

Op 28 juni 1914 werd de troonopvolger, aartshertog Franz-Ferdinand, vermoord in Sarajevo, de hoofdstad van Bosnië, een regio die onderdeel was van Oostenrijk-Hongarije. In de ogen van de Duitsers was dit het onvermijdelijke incident. Nu zou Duitsland nog een Europese oorlog kunnen winnen, in 1917 niet meer wanneer de Russen hun troepen op de spoorwegen konden vervoeren met Duitse snelheden. Nu de oorlog verklaren zou Oostenrijk weer groot kunnen maken, de Duitsers werden de grootste macht van Europa en de Russen zouden weer een bijrol gaan spelen op het Europese toneel.

De ene na de andere oorlogsverklaring

De Duitsers drongen bij de Oostenrijkers aan op volledige mobilisatie en een ultimatum van Oostenrijk aan Servië op 23 juli. Na druk van de Duitsers verklaarden de Oostenrijkers de oorlog aan Servië op 28 juli. Nu was de uitdaging voor de Russen duidelijk: kon het zijn positie op de Balkan en de zeestraten bij het Ottomaanse Rijk wl verdedigen? De Duitsers mobiliseerden 1 dag later toen de Russen mobiliseerden op 31 juli. Daarmee was het een defensieve maatregel en waren de Russen de agressors. Door de entente tussen Rusland, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, betekende de Duitse mobilisatie ook een oorlog tegen Frankrijk. Nadat een ultimatum om drie belangrijke forten als waarborg te overhandigen door de Fransen niet geaccepteerd werd, verklaarde Duitsland de oorlog aan Frankrijk. Frankrijk binnenvallen via de Elzas en Lotharingen was niet mogelijk wegens de met forten versterkte grenslinie. Het Von Schlieffen plan behelsde een invasie in Frankrijk via België, een neutraal land.

Dat was de aanleiding voor de Britten om in oorlog te geraken. Het was uiteindelijk Rusland of Duitsland die de macht in Europa zou vormen. Hoewel het in veel politieke kringen ondenkbaar was om samen met het tsaristische Rusland oorlog tegen Duitsland te voeren, omdat Duitsland model-land was met de beste lokale regering, het beste onderwijs, de beste wetenschap, gebeurde het onvermijdelijke en moest een antwoord op de Duitse agressie gegeven worden. Dat was eigenlijk al het geval met de Duitse Hochseeflotte, de Belgische invasie deed het lont in het kruitvat ontploffen.

Hoewel het boek in de volgende hoofdstukken per jaar inzicht geeft in de oorlogsverwikkelingen, is het een feitelijk en soms ook snel relaas van gebeurtenissen. Het eerste hoofdstuk over de aanleiding is interessant. De volgende hoofdstukken minder. Het boek is te koop bij de boekhandel of online.


0 reacties

Geef een reactie

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *