Bergwandelen in Merano en BGM in Pontresina

morteratsch gletsjer b
Jaarlijks wandelweekje: onweer boven Merano

Elk jaar trekken Matthias en ik een weekje naar de Alpen om te bergwandelen en hard te lopen in de bergen. Dit jaar viel de keuze op Zuid-Tirol, en dan specifiek op de mondaine plaats Merano, gelegen in de vallei van de Etsch (Adige in het Italiaans). We logeren in een wat sleets appartement van Hapimag – zonder airconditioning, geen overbodige luxe bij officiële temperaturen van 37 graden. Gelukkig biedt het WK voetbal ’s avonds de nodige afleiding, en is het hoog in de bergen tenminste een stuk koeler. De dagen vullen we met wandelen, hardlopen en fietsen, telkens in een ander deel van de omgeving: van de bergen vlak bij Merano tot de Sella- en Langkofelmassieven bij Val Gardena.

Dag 1: Mutspitze

Wat opvalt: hoe dicht dit dal ook tegen de drieduizenders op de grens van Italië en Oostenrijk aan ligt, de diepte ervan blijft verbazen. Merano zelf ligt op nog geen 300 meter hoogte, terwijl de omliggende bergen moeiteloos de 3000 meter aantikken. Omdat we een week later de Bernina Gletsjer Marathon lopen, is het zaak om meteen op dag één de meeste hoogtemeters te maken – zo kunnen we de dagen erna wat rustiger toewerken naar de wedstrijd. De spieren mogen meteen goed aan het werk.

We parkeren de auto bij het dorp Tirolo, net buiten Merano, en lopen vandaar het dal van de Spronserbach in, omhoog naar de Oberkaseralm, aan de voet van de Tschigat (2999 m). Dat belooft veel hoogtemeters – en dat bevestigt het Garmin-horloge later ook: bijna 2300 hoogtemeters. We vertrekken aan de late kant, rond half elf, en ondanks een stevig tempo bereiken we de hut bij de Oberkaseralm pas tegen twee uur ’s middags. Een stuk gebak om de maag te vullen, en dan snel weer verder. We willen niet dezelfde weg terug, maar via de zuidkant van het dal, over de bergkam van de Mutspitze (2291 m), terug naar Tirolo. Volgens de hutwaard moet dat, ook met ons trailrunschoeisel, goed te doen zijn.

Het weer werkt echter niet mee. De dagen zijn heet en de lucht is drukkend vochtig. Rond twee uur horen we al het eerste, verre gerommel. Hoe snel we ook lopen, het onweer voor blijven lukt niet. Vlak voor de Mutspitze begint het hard te regenen, en we moeten schuilen, niet alleen tegen de nattigheid, maar vooral tegen de bliksem. Schuilen is lastig op een kale bergtop: veel beschutting is er niet. We vinden een licht overhangende steen en trekken onze regenjassen aan. Een lange broek hebben we niet bij ons – het zou immers weer 37 graden worden beneden in het dal – maar al snel wordt duidelijk dat we hier voorlopig vastzitten. Uit de trailrugzakjes komen de reddingsdekens, die we tot aan onze kin om onze benen vouwen. Het helpt tegen de kou, al hadden we niet verwacht dat het weer zo abrupt zou omslaan.

Terwijl we tegen elkaar aan gedrukt zitten en naar het bliksemschouwspel voor ons kijken, dringt zich een merkwaardige vraag op: gebruik je een reddingsdeken, gemaakt van (stroomgeleidend) aluminiumfolie, nu wel of niet tijdens onweer? Internet biedt geen uitkomst: geen bereik, en het regent te hard om het telefoon uit de tas te halen. Zonder deken dreigt onderkoeling, zeker als we hier nog uren moeten blijven zitten. En daar lijkt het wel op: we stellen onze verwachtingen bij naar “nog een uur of twee, drie wachten”. Geduld hebben we wel — het onweer trekt uiteindelijk vanzelf weg, zo zeggen we tegen elkaar, en gelukkig blijft het eind juni nog lang licht. We hopen bij daglicht terug te kunnen lopen. Eerst maar wachten tot de bliksem stopt en de stortbui overgaat in gewone regen. Bij elke flits telt Matthias hardop hoeveel seconden er verstrijken tot de donder: gemiddeld zo’n drie kilometer afstand.

Zodra het onweer voldoende is gezakt, gaan we verder, niet over de Mutspitze naar de Mutkopf en Tirolo, zoals gepland, maar terug via dezelfde route. Een flinke omweg, maar we kiezen het zekere voor het onzekere: de laatste meters naar de top van de Mutspitze, klauterend over kletsnatte, spekgladde stenen, voelen niet veilig genoeg. Op de terugweg zijn onze voeten stevig en zeker: ’trittsicher und schwindelfrei’ lopen we langs de bergkam terug richting de Oberkaseralm, en vandaar via de Tiroler Höhenweg verder terwijl het onweer nog altijd niet is uitgeraasd. Matthias blijft tellen na elke flits; zodra donder een flits snel opvolgt, stoppen we opnieuw. Safety first.

Om 19.55 uur bereiken we eindelijk veilig de parkeerplaats. Pas dan pakken we de telefoon erbij om het thuisfront via WhatsApp te laten weten dat de tocht – door in totaal drie keer schuilen voor onweer – een stuk langer duurde dan gepland. Eén ding is zeker: voor volgende trailtochten gaat er voortaan altijd een lange broek mee in de rugzak.

dag 1
dag 1 Mutspitze
Dag 2: fietsen met de e-bike

Na de vermoeiende dag van gisteren maken we het onszelf wat makkelijker. Net als vorig jaar in Zwitserland huren we een e-MTB, en gaan we fietsen op de berg aan de overkant van waar we gisteren nog liepen: de Larchbüchel (1837 m). Met krachtige motoren onder ons zitvlak, in e-MTB-modus, schiet het lekker op – al zorgt het stevige doortrappen er toch voor dat we flink zweten tegen de tijd dat we boven zijn. Bij Gasthof Jocher bestelt Matthias een Kaiserschmarrn en ik een lokale Kuchen. Het is twaalf uur ’s middags, en verderop in de bergen horen we alweer de eerste donderklappen maar dit keer blijven we op veilige afstand.

De weg omlaag nemen we via de andere kant van de berg. Onderweg krijg ik van Matthias een spoedcursus slippen met de achterband, om onze sporen zichtbaar achter te laten op de grindwegen. Na een bezoek aan de waterkrachtcentrale van Tell (uit 1899!) fietsen we door naar Tirolo. De talrijke borden die vragen om de fiets aan de voet van de tunnel aan de hand mee te nemen, worden door Matthias vrolijk genegeerd; de weg is breed genoeg, vindt hij. De fatsoensrakker in mij loopt toch maar mooi met de fiets aan de hand door de tunnel naar Tirolo. Onderweg nemen we nog een cola, en op tijd zijn we terug in Merano om de e-bikes weer in te leveren. Een topdag – en deze keer geen last van onweer.

Dag 3: Sella- en Langkofelmassief in de Dolomieten

Omdat we in de Decathlon van Bolzano moeten zijn voor een nieuwe set reddingsdekentjes en een nieuwe regenjas, rijden we vandaag in oostelijke richting: naar het Sellamassief, bekend van de gelijknamige wielerronde, en het daartegenover gelegen Langkofelgebergte. We spreken af het rustig aan te doen – de spierpijn van dag 1 is nog lang niet verdwenen. Aan de voet van de Langkofel genieten we van de Dolomieten in volle glorie, die hun macht trots tonen aan iedereen die het wil zien. Onderweg verbazen we ons over de vele Aziatische toeristen die druk in de weer zijn met TikTok-achtige foto’s en filmpjes.

dag 3 langkofel wandeling
dag 3 Langkofel wandeling
Dag 4: reisdag naar Bormio

Via Val Mustair rijden we van Merano naar Bormio. We willen de Stelvio pas nemen maar op Google Maps zien we dat het daar te druk is. De alternatieve route gaat via Val Mustair in Zwitserland en via Val Muranza komen we ook bij de achterkant van de Stelvio uit. Het begint te regenen en soms zien we een natte sneeuwvlok voorbij dwarrelen. Later blijken er filmpjes op te duiken over een besneeuwde Stelvio pas met mensen in zomerkleding!

Deze dag is een regendag, en veel meer dan in regenjas door Bormio slenteren zit er niet in. We nemen dan ook uitgebreid de tijd om op de kamer te chillen en te dineren in het hotel, Baita dei Pini. Van de Olympische Winterspelen zien we nog net de piste waarop onder meer de afdaling werd verreden; vanuit het hotel zien we hem tussen de nevelflarden door liggen.

Dag 5: reisdag naar Pontresina, met tussenstop in Livigno

Na het ontbijt vertrekken we richting Pontresina, met onderweg een tussenstop in het andere Olympische skidorp: Livigno. Omdat de tijd beperkt is, maken we een wandeling naar het tussenstation van de Costaccialift (zie het kaartje hieronder). Verder niets bijzonders, behalve dat we het MTB-parcours in omgekeerde richting belopen: goed uitkijken dus voor aanstormende mountainbikers, en tijdig aan de kant schuiven.

Na het inchecken in Pontresina maken we nog een rondrit door het bovenste deel van het Engadin. Prachtig, al valt de prijs van de Wiener Schnitzel in Sils im Engadin – CHF 49! – ons wel tegen. Hoewel… hij smaakte daardoor alleen maar beter.

dag 5 livigno
dag 5 Livigno
Dag 6 Voorbereiding op de BGM

We zijn herenigd met mijn trailrun-maatjes Hans en Remco. Rik, uit Remco’s lopersgroep, doet dit jaar ook mee. We hebben ons ingeschreven voor de Bernina Gletsjer Marathon (BGM), die georganiseerd wordt in Pontresina, vlak bij St. Moritz in Zwitserland. Centraal staat het Bernina-massief, met de Piz Bernina (4049 m) en de Morteratsch- en Vadretgletsjers als blikvangers. Om alvast een deel van het parcours te leren kennen voor de wedstrijd van morgen, lopen we een stuk mee – zo’n 30 tot 35 kilometer, precies het punt waarop de benen moe worden en de geest het liever zou opgeven, maar het verstand toch doorzet. De paden zijn goed begaanbaar, mede dankzij de droge dagen ervoor. Technisch valt dit stuk van het parcours mee, al kijk ik liever niet naar beneden links van mij de diepte in naar het dal: dat blijft toch wel wat spannend.

dag 6 pontresina
dag 6 pontresina
Dag 7 wedstrijddag

Om zes uur staan we op, kleden ons aan, trekken de avond ervoor al klaargelegde trailrugzak om en ontbijten in het ho(s)tel. Om tien over zeven staan we in het startvak maar niet voordat de organisatie de inhoud van onze rugzak heeft gecontroleerd op de verplichte uitrusting. Om half acht klinkt het startschot. Matthias en ik lopen de eerste kilometers samen op, maar op weg naar de Bovalhut trekt hij een sprintje en zie ik hem alleen nog even terug bij de eerste bevoorradingspost. Al snel bereik ik de gletsjer en bind ik de spikes onder onze schoenen. Voor ik het goed en wel besef, loop ik op het ijs. De bovenlaag van de gletsjer bestaat uit puin, stenen en modder; daaronder ligt het ijs. Prachtig om te zien hoe het landschap van rotsen geleidelijk overgaat in ijs en smeltwater. Het is een bijzondere ervaring om over dit deel van de gletsjer te lopen, wetend dat de route goed is uitgezet en de spleten probleemloos te overstappen zijn. Er zijn geen grote kloven, er is geen risico om erin te vallen.

Op de Vadretgletsjer zelf gaat het flink omhoog, want uiteindelijk moet ik klimmen naar bergstation Diavolezza, op 2972 meter hoogte. Daar aangekomen ben ik blij dat de eerste helling achter me ligt. De cola en Tuc-koekjes smaken voortreffelijk. Op naar de volgende klim en eerst afdalen naar Lagalb aan de Bernina pasweg. Omlaag rennen is minder leuk dan het klinkt: voortdurend remenergie opvangen in de beenspieren is vermoeiend, en mijn knieën zijn ook niet meer helemaal wat ze ooit waren.

bmg
Parcours Bernina Gletsjer Marathon

Na een plas- en colapauze in Lagalb komt de tweede helling in zicht: een echte muur, van 2091 naar 2836 meter hoogte over een steil pad. Met veel inspanning en het verstand op nul bereik ik de top van de Gianda d’Albris, waar de organisatie me aanmoedigt om door te gaan. En dan denk je dat je op het hoogste punt bent maar niets is minder waar. Er is nog een dikke 12 kilometer te gaan, en het pad gaat nog verder omhoog! Het stenen en rotsige paadje kronkelt voort tot 2927 meter hoogte, voordat ik kan afdalen naar de derde bevoorradingspost bij Alp Languard, op 2367 meter. Dat betekent dat ik over bekend terrein loop. Hier ben ik gisteren geweest – ik weet wat me te wachten staat, en dat geeft moed en rust. Zoals bij elke lange loop zijn de laatste kilometers de minst leuke: alles in het lijf is moe en wil stoppen. Tanden op elkaar en volhouden. Na 8 uur en 39 minuten is de missie volbracht en loop ik over de finish-lijn heen!

Matthias wacht me bij de finish op. Hij heeft er 8 uur en 18 minuten over gedaan, wel met de nodige pijn en ontberingen: een verzwikte enkel, pijn in de ribbenkast en een lelijke val op zijn hoofd. Aan een volgende ultratrail denken we voorlopig nog maar even niet – hopelijk heelt de tijd de wonden een beetje.

Strava

De route heb ik op de tijdlijn van mijn strava gezet.

 

Een gedachte over “Bergwandelen in Merano en BGM in Pontresina

  1. Het was weer een uitdagende en bijzonder vakantie! Die ultra trail-runs laat ik maar weer even links liggen komende tijd, dit was me net te zwaar…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *