De koning van Hispanje (Arnout van Cruyningen)

791x1200a

Arnout van Cruyningen’s boek “Filips II” biedt een diepgaande en genuanceerde kijk op een van de meest omstreden vorsten uit de Europese geschiedenis. Het boek plaatst Filips II (1527–1598) niet alleen in het perspectief van zijn persoonlijke eigenschappen en beslissingen, maar ook in de bredere context van de 16e eeuw: een tijdperk van religieuze strijd, politieke omwentelingen, en culturele bloei in zowel Hispania (het huidige Spanje en Portugal) als de Republiek der Verenigde Nederlanden. Hier volgt een bespreking van het boek met aandacht voor de historische context, de gouden eeuwen, de inquisitie en het losmaken van de Nederlanden

Het tijdperk van de 16e eeuw: Hispania en de Nederlanden
Hispania: Een bloeiend wereldrijk

In de 16e eeuw was Hispania het centrum van een wereldrijk, dankzij de erfenis van Karel V en de expansie onder Filips II. Het Spaanse Rijk omvatte niet alleen het Iberisch Schiereiland, maar ook grote delen van Italië, de Nederlanden en de overzeese koloniën in Amerika en Azië. Deze periode wordt vaak aangeduid als de “Spaanse Gouden Eeuw” (Siglo de Oro), gekenmerkt door:

  • Economische welvaart: De instroom van zilver en goud uit de Amerikaanse koloniën (met name uit Potosí in Bolivia) maakte Spanje tot de rijkste natie van Europa.
  • Culturele bloei: Kunstenaars als El Greco, Velázquez en schrijvers als Cervantes (Don Quichot) en Lope de Vega floreerden.
  • Politieke macht: Spanje was de dominante militaire en politieke macht in Europa, met een sterke invloed op de katholieke kerk en de Contra-Reformatie.

Toch was deze bloei niet zonder schaduwzijden. De enorme rijkdom leidde tot inflatie en de constante oorlogsvoering (onder andere tegen de Nederlanden, Engeland, en het Ottomaanse Rijk) putte het land uit.

De Nederlanden: Van Habsburgse heerschappij naar opstand

De Nederlanden (het huidige Nederland, België, Luxemburg en delen van Noord-Frankrijk) waren in de 16e eeuw een van de rijkste en meest ontwikkelde gebieden van Europa. Onder Karel V en later Filips II maakten ze deel uit van het Habsburgse Rijk. De Nederlanden kenden een “Gouden Eeuw” (17e eeuw), maar de kiemen hiervoor werden al in de 16e eeuw gelegd:

  • Economische voorspoed: Steden als Antwerpen, Amsterdam en Leiden waren centra van handel, bankwezen, en nijverheid.
  • Culturele en intellectuele bloei: Humanisten als Erasmus en cartografen als Mercator werkten hier, en de Reformation vond veel aanhang.
  • Religieuze spanningen: De Nederlanden waren een smeltkroes van katholieken, lutheranen, calvinisten, en anabaptisten. De Reformatie en de reactie daarop (de Contra-Reformatie) leidden tot diepe verdeeldheid.
Filips II: Een ongeliefde heerser

Van Cruyningen schetst Filips II als een complexe figuur, vaak afgeschilderd als een ongenaakbare, fanatieke katholiek die zijn rijk met ijzeren vuist regeerde. Deze “zwarte legende” is deels gebaseerd op protestantse propaganda, maar ook op zijn eigen daden:

  • Centralisatie en absolutisme: Filips regeerde vanuit Madrid en streefde naar absolute controle over zijn gebieden. Hij vertrouwde de Nederlandse adel niet en verving lokale bestuurders door Spaanse functionarissen.
  • Religieus beleid: Als overtuigd katholiek zag hij het als zijn plicht om de ketterij (protestantisme) uit te roeien. Dit leidde tot harde repressie, met name door de Inquisitie.
  • Oorlog en onderdrukking: De Nederlandse Opstand (1568–1648) begon als reactie op zijn beleid. De Beeldenstorm (1566), waarbij protestantse iconoclasten katholieke kerken vernielden, was de vonk die het vuur aanwakkerde.
De Inquisitie en haar gevolgen voor de Nederlanden

De Spaanse Inquisitie was in 1478 opgericht om de katholieke orthodoxie te handhaven, maar onder Filips II werd ze ook in de Nederlanden ingevoerd. De gevolgen waren desastreus:

  • Religieuze vervolging: Duizenden protestanten, maar ook joden en “nieuwe christenen” (bekeerde joden), werden vervolgd, gemarteld, of geëxecuteerd. De Raad van Beroerten (of “Bloedraad”), opgericht door Filips’ halfzus Margaretha van Parma, voerde massale executies uit.
  • Emigratie: Veel protestanten en intellectuelen vluchtten naar het noorden (met name naar de Republiek der Verenigde Nederlanden) of naar Engeland en Duitsland. Dit droeg bij aan de economische en intellectuele bloei van de Republiek.
  • Verzet: De repressie versterkte het verzet tegen Filips. Willem van Oranje, oorspronkelijk een trouwe dienaar van de Habsburgers, werd een van de leiders van de opstand.
Het losmaken van de Nederlanden

De Nederlandse Opstand (Tachtigjarige Oorlog, 1568–1648) was het directe gevolg van Filips’ beleid. Van Cruyningen laat zien hoe een combinatie van factoren leidde tot de scheiding:

  • Politieke en religieuze vrijheid: De Nederlandse adel en steden wilden autonomie en religieuze tolerantie, maar Filips weigerde toe te geven.
  • Militaire strijd: De opstand begon met de Slag bij Heiligerlee (1568) en escaleerde tot een langdurige oorlog. De Unie van Utrecht (1579) en de Acte van Verlatinghe (1581, waarin Filips werd afgezet) markeerden de geboorte van de Republiek der Verenigde Nederlanden.
  • Internationale betrokkenheid: De Republiek kreeg steun van Engeland en Frankrijk, terwijl Spanje gebukt ging onder oorlogen met Engeland (de Armada, 1588) en financiële problemen.

Uiteindelijk erkende Spanje in 1648, met de Vrede van Münster, de onafhankelijkheid van de Republiek. De Nederlanden splitsten zich in een protestantse Republiek in het noorden en een katholiek Zuiden (de Spaanse Nederlanden, het huidige België), dat onder Spaans bestuur bleef.

Van Cruyningens conclusie: Een herwaardering van Filips II

Van Cruyningen betoogt dat het beeld van Filips II als een pure tiran te eenzijdig is. Hij was weliswaar streng en onbuigzaam, maar ook een toegewijd vorst die zijn rijk wilde behouden in een tijd van religieuze en politieke chaos. Zijn grootste fout was wellicht zijn onvermogen om te luisteren naar de wensen van de Nederlanden en zijn vasthouden aan een verouderd model van centralistische heerschappij.

Het boek laat zien dat de zwarte legende deels voortkomt uit protestantse en Nederlandse historiografie, die Filips als de belichaming van het kwaad afschilderde. Maar ook in katholieke kringen was hij niet altijd populair, vanwege zijn falen in de Nederlanden en de economische neergang van Spanje aan het einde van zijn regering.

Reflectie: Twee gouden eeuwen, twee verschillende paden

Terwijl Spanje in de 16e eeuw zijn Siglo de Oro kende, begon de Nederlandse Gouden Eeuw in de 17e eeuw, na de onafhankelijkheid. Beide perioden werden gekenmerkt door economische welvaart, culturele bloei en wereldwijde invloed, maar ook door religieuze strijd en politieke spanningen. Het contrast tussen de twee landen illustreert hoe verschillend de gevolgen van Filips’ beleid waren: voor Spanje leidde het uiteindelijk tot verval, terwijl de Nederlanden juist opbloeiden door hun onafhankelijkheid en tolerantie.

Van Cruyningens boek is een waardevolle bijdrage aan de geschiedschrijving over Filips II.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *